Het einde van een tijdperk?

Gepubliceerd op 15 juli 2021 om 13:04

Hoe lang ligt hij nog in de kiosken?

De krant lag, zolang ik me kan herinneren, bij mijn ouders iedere ochtend en iedere avond op de deurmat. S ochtends De Telegraaf en s middags Het Haarlems Dagblad. Ik ben geboren in 1965 dus televisie was niet het meest voor de hand liggende medium om nieuws te vergaren. De generatie van mijn ouders las de krant omdat er simpelweg niet veel andere informatiebronnen beschikbaar waren. Je had buiten die krant alleen de radio, tv kwam later. In de jaren 70 en 80 begon de tv naast de krant belangrijk te worden bij ons thuis. Tussen 8 en half 9 was praten verboden, dan vulde, net als nu nog steeds, de stem van het NOS journaal de huiskamer. Verder vond mijn vader tv onzin. Er was nooit iets dat interessant genoeg was om voor thuis te blijven, zei hij altijd. In het begin van mijn zelfstandige bestaan keek ik, niet anders gewend na al die jaren, om acht uur naar het journaal. Een krant had ik niet, die vond ik te duur en onhandig. Tabloid formaat was er in de jaren 80 nog niet en dat afschuwelijk grote ding op tafel had ik nog steeds een hekel aan.

Inmiddels worden we overspoeld met nieuws, TV, Radio, Internet en toch ook nog steeds die oude vertrouwde krant, weliswaar voor het overgrote deel gelukkig inmiddels in tabloid formaat. Ik moet bekennen, misschien zelfs wel een beetje tot mijn schande, dat ik nog steeds geen abonnement heb op een krant. Ik kan alles terugvinden op mijn pc, laptop, tablet en telefoon, waarom zou ik er dan zoveel geld voor betalen?
Want laten we eerlijk zijn, een krant is duur, behoorlijk duur.
Dus lees ik alles op internet en dat terwijl ook ik al tot de oudere garde behoor. Hoe zit het dan wel niet met de huidige generatie? Zij zullen nog veel minder de krant lezen, waarschijnlijk helemaal niet. Hoe lang ligt hij dus nog in de Kiosk, supermarkt of boekenwinkel? Ik vrees geen jaren meer. Zei ik vrees? Ja vrees, want ondanks dat ik niet geabonneerd ben op een krant vind ik dat de krant erbij hoort. Net als dat ik vind dat er papieren boeken moeten blijven al heb ik daarnaast ook een e-reader.

Lezen op papier heeft een andere dimensie. De geur, het gevoel dat je ervaart als je een bladzijde omslaat, het is met niets te vergelijken.
Dus wat mij betreft stellen we de sterfdag van de krant voorlopig nog even uit.

Het nieuwe (oude) reizen

Gepubliceerd op 4 juli 2021 om 13:10

Het milieu. We zijn er maar druk mee. Zonnepanelen, minder Co2 uitstoot, kleinere veestapel. Corona leek ons een beetje te helpen. De lucht werd schoner en in plaats van naar Dubai te vliegen deelden we kennis en info via Teams, thuis aan bureau of keukentafel. En waarom ook niet, wat is het verschil? Hoewel er vast een groep mensen stiekem de reisjes zal missen, geloof ik wel dat zakelijk reizen een stuk minder plaats zal vinden in de toekomst, maar of we privé ons reisgedrag blijvend veranderen, vraag ik me af. 

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat mijn bedrage aan het milieu ook niet om over naar huis te schrijven is. Ik doe bijvoorbeeld vrijwel niet aan afval scheiden. Verder dan papier en glas kom ik niet. De rest gaat bij mij allemaal in één bak. En ik pak nog te vaak de auto in plaats van de fiets.
Maar ik doe in ieder geval niet alsof.
Nu schaar ik mezelf niet onder de hoogopgeleiden maar uit onderzoek is gebleken dat ook zij zich toch nog vaak schuldig maken aan klimaat onvriendelijk gedrag, terwijl juist zij het zijn die er het hoogste woord over hebben. Deze hoogopgeleide mannen en vrouwen douchen langer en vliegen vaker dan hun laagopgeleide medemens. Neem onze Sigrid. Naar een overleg in Luxemburg lijkt de auto of de trein toch de meest voor de hand liggende manier van vervoer, maar mevrouw Kaag kiest, ondanks waar haar partij voor staat, het vliegtuig. 

Ik kan er niets aan doen maar ik vermaak me kostelijk als ik mensen hoor praten over hoe goed zij bezig zijn met het milieu. Mensen die milieuvriendelijke  waterflessen promoten en vervolgens met diezelfde waterfles in hun rugzak het vliegtuig in stappen om aan de andere kant van de aardbol cultuur te snuiven.
Gisteren, tijdens het nuttigen van mijn beschuitje, keek ik  ‘Andere tijden’ waarin de trein als vervoermiddel in Europa sinds de jaren 50 werd belicht. De eerste auto trein vertrok in 1960 vanaf Amsterdam, hoewel toen totaal niet actueel, een milieuvriendelijke manier van reizen. Helaas, zeker toen, niet voor iedereen weggelegd, je gezin en je auto vervoeren op de trein naar de Cote d’Azur was niet goedkoop.  Interrail daarentegen was voor de meeste jongeren wel weggelegd. Het was bedoeld voor jongeren tussen de 17 en 26 jaar, zo ongeveer de groep die nu met die milieuvriendelijke waterfles de halve wereld over vliegt. Eigenlijk is er in beleving weinig verschil. De jongeren van toen die met de trein, voor rond de 400 gulden, onbeperkt door Europa trokken wilden hetzelfde als de jongeren van nu die richting Bali vliegen: Rugtas, cultuur snuiven, nieuwe mensen ontmoeten en een gevoel aan vrijheid ervaren.
En toch voelt het blijkbaar anders. 
Ook ik heb, weliswaar niet als jongere, de halve wereld over gevlogen omdat het zo mooi is in Amerika, Canada, Nieuw Zeeland… 

Afgelopen jaar hebben we met zijn allen ontdekt hoe mooi Nederland is. Voor jongeren die het gevoel van vrijheid willen beleven is het misschien opnieuw tijd voor Interrail. De prijs is , als je de euro als gulden ziet, in al die jaren niet eens heel veel veranderd. Een maand onbeperkt door Europa reizen:
Toen ƒ 420 gulden, nu € 503,00 

Vaderdag

Gepubliceerd op 24 juni 2021 om 15:19

‘Hoi Pap, gezellig hè, we zijn er vandaag samen, mam en ik. Het is Vaderdag.’
‘Oh meen je dat nou, dat wist ik niet. Maar wel leuk dat jullie samen zijn.’
We gaan met zijn drieën naar het restaurant, voor koffie met gebak.
‘Pap, waarom eet je het gebakje niet?’ 
‘Ik heb geen honger, ik heb vaak geen honger.’
‘Zal ik het in stukjes snijden voor je, dat is misschien makkelijker.’ 
Hij kijkt een moment vertwijfeld, ik zie dat hij het eigenlijk maar niks vindt, hij wil alles liever  zelf doen. Dan geeft hij zich over en laat mij zijn gebakje in hapklare brokjes snijden. Even later kijkt hij mijn moeder aan en zegt:
‘Schil voor mij vanavond maar één aardappel, meer hoef ik niet.’
Ik zie mijn moeder aarzelen. ‘Maar je eet toch helemaal niet…’  
Halverwege haar zin onderbreek ik haar en kijk haar veelbetekenend aan terwijl ik tegen mijn vader zeg: ‘Is goed hoor pap, ze schilt er maar eentje.’ 
Mijn moeder heeft het soms nog moeilijk, vindt het lastig, wil nog te vaak uitleggen en af en toe denkt ze dat hij haar, net als hij vroeger vaak deed, een beetje in de maling neemt. 
Soms lijkt het daar ook op, maar niets is minder waar.
Ik begin eraan te wennen dat ik niet alles moet willen uitleggen, dat ik beter mee kan gaan in zijn belevingswereld. Het zorgt er voor dat hij zich minder onzeker voelt. Uitleggen en weerleggen van wat hij zegt geeft onrust.
Ik snap het, mijn moeder snapt het, maar voor haar is het na bijna 60 jaar huwelijk zoveel moeilijker dan voor mij. 
Van partner naar kind is een verdomd lastig proces.
Langzaam vervaagt alles, langzaamaan krijgt hij steeds minder besef van de wereld om hem heen. Laatst vroeg hij of ik ook een kamer daar had.
Even was het stil toen zei hij: ‘Oh nee dat is ook zo, jij niet, maar je moeder wel.’
Ik knik en ontken het niet.
Op het terras beneden bij het restaurant, waar hij graag zit, zei ik: Het lijkt hier wel een beetje onze oude vakantie stek.’ 
Hij keek me blij aan, vond dat ook, sindsdien doen we samen een klein beetje of we op vakantie zijn.
Hij is blij met kleine dingen, dat ik langskom, onverwachts, dat ik de dokter voor hem zoek en haar vertel dat hij voortdurend pijn in zijn armen en rug heeft. Ik wil niet hij daar blij mee is, het maakt het bijzonder wat ik doe, terwijl dat het niet is. Vroeger zorgde hij voor mij, nu doe ik dat een klein beetje voor hem, echt wennen zal dat alleen nooit. 
De afhankelijkheid wordt groter, de wereld kleiner.
Langzaam zakt hij steeds meer weg in dat kleine wereldje van vergetelheid.
Er komt een moment dat hij niets meer kan, dat zijn wereld bestaat uit zijn kamer, dat er alleen nog maar vergetelheid is.  Die fase kan soms lang duren, ik gun het hem niet, gun hem dat hij die fase overslaat. 
Alzheimer is iedere keer weer afscheid nemen tot die ene allerlaatste keer. 
‘Wie zegt dat het leven altijd leuk is?’ roept mijn vriend al jaren. Zo simpel is het. Daarom geniet ik van alle dingen die wel mooi en leuk zijn. 
Ook van gebakjes in stukjes snijden en van samen vakantie vieren in de tuin.

Mannen en sport

Gepubliceerd op 19 juni 2021 om 13:46

Ik heb persoonlijk helemaal niets met voetbal, sowieso kijk ik weinig sport. Alleen honkbal en softbal doen mijn hart sneller kloppen, maar beiden zijn geen volkssport in ons land en zullen het waarschijnlijk ook nooit worden.
Veel slechte gewoonten uit Amerika waaien over, maar helaas blijft de populariteit van deze sporten aan de andere kant van de oceaan. Wat mij betreft had de junkfood, het al maar groter en meer, daar mogen blijven. Daarvoor in de plaats had ik liever dat die twee sporten de populariteit van het Yankees niveau bij ons zouden aannemen, zodat ook ik onderuit op de bank af en toe sport zou kunnen kijken en me schuldig zou kunnen maken aan het bekende  ‘de beste stuurlui staan aan wal’ commentaar.
Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de oranje tuinen, huizen en kleding bij mij achterwege zouden blijven. Niets ten nadele van degenen die het gelukkig maakt, ik zou zeggen vooral doen. Maar ik vind het prima dat in onze straat geen oranje huis te vinden is. Hoewel voor velen misschien het ultieme vaderlands gevoel, blijft dat gevoel vreemd genoeg alleen tot uiting komen tijdens grote voetbalevenementen. De afgelopen tijd heb ik weinig oranje gevoel ervaren. Nederland deed het allemaal zo slecht. Te laat vaccineren, te veel regels, te weinig regels, iedereen had wel iets op of aan te merken.
Maar met voetbal zijn we één grote Nederlandse familie.

Het EK. Uiteraard kom ik er niet helemaal onderuit, ook mijn vriend zit voor de buis. Gelukkig niet overdreven fanatiek, dus ik kan met gemak een boek lezen naast hem. Bij ons niet alleen oranje, uiteraard ook het groen wit rood van Italië. Maar verder dan sokken met Italiaanse vlaggetjes komt het gelukkig niet.
Toen ik gisteravond mijn vernieuwde versie van mijn manuscript aan het lezen was merkte ik iets op. Op tv, waar de zogenaamde critici de wedstrijd aan het voorbereiden waren, dezelfde die daarna hun ‘ongezouten’ commentaar geven, hoorde ik voornamelijk vrouwenstemmen. Ik was verbaasd. Altijd zitten daar mannen. Maar waarom eigenlijk? Laten we eerlijk zijn, honkbal en softbal zijn een ingewikkelder en meer tactisch spelletje. Toch tref je bij softbal voornamelijk vrouwen aan die daar wat van vinden, dus hoewel ik niets van voetbal snap, vraag ik me af waarom vrouwen onze vaderlandse sport niet zouden begrijpen en kunnen analyseren? Volgens mij is het vrouwelijk brein daar prima toe in staat. Vrouwen hebben misschien minder hersenen maar uit onderzoek blijkt dat de cellen die zij hebben, actiever zijn en meer verbindingen leggen. Lijkt mij zinvol bij het analyseren van een wedstrijd.

Misschien niet in Johan Derksen zijn tijd maar al enige tijd doen vrouwen actief en passief aan voetbal. Maar nee, onze Johan vindt het nodig om te benadrukken dat vroeger vrouwen de libelle lazen of zaten te breien. Hij is duidelijk blijven hangen in zijn eigen tijd. Daarbij, wat heeft hij zelf nu eigenlijk gepresteerd in die tijd op het veld? FC Haarlem, laat me niet lachen, dat is nooit wat geweest en de rest van de clubs waar hij zijn kunsten mocht vertonen waren ook niet bepaald topclubs. Nee Johan, je bent hopeloos ouderwets en het wordt tijd dat je het stokje overdraagt aan anderen waarvan hun leeftijd, ras of sekse onbelangrijk zijn, zolang ze maar niet discrimineren.

Hoewel ik eerlijk gezegd vind dat ze allemaal maar wat kletsen, vragen de kijkcijfers om zulk gezwets. De meeste van die zogenaamde experts hebben zelf nooit op het veld gestaan en dat is niet inherent aan voetbal. Kijk naar de Formule 1, ook daar tref je veel ‘experts’ met een hoop testosteron maar weinig praktijkervaring. Experts die zelf nooit een noemenswaardige prestatie hebben geleverd. Allemaal mannen die dromen een ‘Pluisje’ of een ‘The Hammer’ te zijn maar dat niet waren en ook nooit zullen worden.
Blijkbaar hoort dit gedrag bij mannen…een beetje generaliseren mag wel;-)

Schrijven: Gewoon doen!

Gepubliceerd op 12 juni 2021 om 12:58

Schrijven is tegenwoordig helemaal in. Zeker het afgelopen ‘corona’ jaar zijn enorm veel mensen eindelijk begonnen aan die lang gekoesterde droom, dat boek schrijven. Een fractie van al die hoopvolle startende schrijvers ronden hun boek ook daadwerkelijk af. Vorig jaar is er echter een record aantal manuscripten aangeboden aan uitgevers.

Ik koos dus niet het meest gunstige jaar om mijn afgeronde manuscript aan te bieden. Ik had het natuurlijk op de plank kunnen laten liggen in afwachting van rustigere jaren, maar dat kon ik niet. Ik wilde horen wat mensen er van vonden. Ik wilde de feedback die ik zou krijgen gebruiken om m’n verhaal, m’n schrijfstijl te verbeteren. Dus liet ik het niet liggen op die plank maar liet ik het redigeren door Maria Genova en stuurde ik het midden in het drukke corona jaar op naar verschillende uitgevers.

Van de enorme berg aangeboden manuscripten wordt maar een fractie uiteindelijk uitgegeven. Normaal, dus afgezien van corona, ontvangt een uitgever zo’n 900 a 1000 manuscripten per jaar in zijn mailbox. Van al die manuscripten verdwijnt 99% in de digitale prullenbak. De kans op een afwijzing is groot. Als ik aan de aantallen manuscripten denk die daarom nooit een cover krijgen en als A4 document op een laptop blijven staan prijs ik mezelf gelukkig dat Roel van Gigaboek mijn boek wilde uitgeven. Ik had verder persoonlijk geen grote verwachtingen, er zijn uiteindelijk maar weinig ‘Saskia Noorts’.
De vraag wanneer je een bestsellerauteur bent is sowieso nog lastig. Vroeger was dat bij 100.000 exemplaren. Tegenwoordig zijn de meningen daarover verdeeld. De één zegt bij 10.000 de ander zegt bij 25.000. Daarbij maakt ook het genre nog een verschil. Maar al zouden we uitgaan van 10.000, is dat een droom, die iedere startend schrijver mag hebben, maar die niet heel realistisch is. De werkelijkheid is dat je vaak niet eens 1000 exemplaren verkoopt. De meeste onervaren, onbekende schrijvers verkopen aan bekenden, familie, vrienden, misschien nog wat vrienden van vrienden, veel meer niet. Met een verkoop van 100 of 200 boeken zijn de meesten al blij mee. Ik vroeg me dan ook niet af wat ik aan mijn boek zou kunnen verdienen, ik vroeg me eerder af of ik mijn investering eruit zou halen. Van elk verkocht boek krijg je als auteur gemiddeld 10%. Als je boek voor 20 euro wordt aangeboden verdien je een luttele 2 euro per boek. Dat schiet niet echt op. Schrijven moet dus liefde zijn, passie, gelukkig worden van je vingers snel over de toetsen voelen gaan. Personages en hun karakters creëren, een verhaal vertellen, locaties beschrijven, dialogen schrijven. Ik vind het heerlijk, een familie, een verhaal, een leven bedenken naast dat van mijzelf. Ik las wel eens dat schrijvers hun personages zien als familie. Ik moest daar altijd een beetje om lachen, kon me dat niet voorstellen, inmiddels weet ik dat ze wel degelijk deel gaan uitmaken van je leven.

Mijn 2e manuscript is, een jaar na het afronden van mijn eerste manuscript, af.
Dan komt het moment dat je het aan anderen moet laten lezen. Je gaat op zoek naar proeflezers. Nadat je proeflezers hun ‘ongezouten mening’ hebben gegeven kruip je vervolgens weer achter dat toetsenbord om met die feedback jezelf te verbeteren. Of je kan je niet vinden in die feedback en doet er niets mee, het blijft uiteindelijk jouw kindje, jouw verhaal. Ik zit er weer middenin, buiten dat ik het spannend vind, geniet ik er ook van. Persoonlijk houd ik van kritische feedback, uiteraard wel goed onderbouwd. Ik kan mezelf erdoor verbeteren en dat is toch wat je wilt. Gisteren ontving ik de feedback van Annette van Luyk, een collega schrijfster waarvan ik weet dat ze kritisch kan en durft te zijn. Iemand die zelf mooi schrijft. Haar boeken ‘Roadtrip Italia’ en ‘Een perfecte illusie’ kan ik aanbevelen. Nog even, dan ligt ook haar derde roman in de boekhandel. Naast feedback kreeg ik ook een compliment. Ze vond dat ik enorme vooruitgang geboekt had. En het was me gelukt een vervolg te schrijven zonder dat het noodzakelijk is mijn eerste boek ‘Schaduwfamilie’ te lezen. En dat was precies wat ik wilde. 
Ik was natuurlijk blij met zowel de feedback als het compliment.
Langzaam komt redactie, de uitgever in beeld. Gaat het weer lukken of wordt het dit keer uitgeven in eigen beheer? Maar zover is het nog niet. Ik moet de andere twee proeflezers nog kiezen en wanneer ook zij hun ‘ongezouten mening’ hebben gegeven neem ik de volgende stap.

Schrijven is een prachtig proces, ik kan het iedereen die twijfelt, die denkt, zal ik of zal ik niet, aanraden het te doen. Begin gewoon, wat heb je te verliezen?