Schrijven: Gewoon doen!

Gepubliceerd op 12 juni 2021 om 12:58

Schrijven is tegenwoordig helemaal in. Zeker het afgelopen ‘corona’ jaar zijn enorm veel mensen eindelijk begonnen aan die lang gekoesterde droom, dat boek schrijven. Een fractie van al die hoopvolle startende schrijvers ronden hun boek ook daadwerkelijk af. Vorig jaar is er echter een record aantal manuscripten aangeboden aan uitgevers.

Ik koos dus niet het meest gunstige jaar om mijn afgeronde manuscript aan te bieden. Ik had het natuurlijk op de plank kunnen laten liggen in afwachting van rustigere jaren, maar dat kon ik niet. Ik wilde horen wat mensen er van vonden. Ik wilde de feedback die ik zou krijgen gebruiken om m’n verhaal, m’n schrijfstijl te verbeteren. Dus liet ik het niet liggen op die plank maar liet ik het redigeren door Maria Genova en stuurde ik het midden in het drukke corona jaar op naar verschillende uitgevers.

Van de enorme berg aangeboden manuscripten wordt maar een fractie uiteindelijk uitgegeven. Normaal, dus afgezien van corona, ontvangt een uitgever zo’n 900 a 1000 manuscripten per jaar in zijn mailbox. Van al die manuscripten verdwijnt 99% in de digitale prullenbak. De kans op een afwijzing is groot. Als ik aan de aantallen manuscripten denk die daarom nooit een cover krijgen en als A4 document op een laptop blijven staan prijs ik mezelf gelukkig dat Roel van Gigaboek mijn boek wilde uitgeven. Ik had verder persoonlijk geen grote verwachtingen, er zijn uiteindelijk maar weinig ‘Saskia Noorts’.
De vraag wanneer je een bestsellerauteur bent is sowieso nog lastig. Vroeger was dat bij 100.000 exemplaren. Tegenwoordig zijn de meningen daarover verdeeld. De één zegt bij 10.000 de ander zegt bij 25.000. Daarbij maakt ook het genre nog een verschil. Maar al zouden we uitgaan van 10.000, is dat een droom, die iedere startend schrijver mag hebben, maar die niet heel realistisch is. De werkelijkheid is dat je vaak niet eens 1000 exemplaren verkoopt. De meeste onervaren, onbekende schrijvers verkopen aan bekenden, familie, vrienden, misschien nog wat vrienden van vrienden, veel meer niet. Met een verkoop van 100 of 200 boeken zijn de meesten al blij mee. Ik vroeg me dan ook niet af wat ik aan mijn boek zou kunnen verdienen, ik vroeg me eerder af of ik mijn investering eruit zou halen. Van elk verkocht boek krijg je als auteur gemiddeld 10%. Als je boek voor 20 euro wordt aangeboden verdien je een luttele 2 euro per boek. Dat schiet niet echt op. Schrijven moet dus liefde zijn, passie, gelukkig worden van je vingers snel over de toetsen voelen gaan. Personages en hun karakters creëren, een verhaal vertellen, locaties beschrijven, dialogen schrijven. Ik vind het heerlijk, een familie, een verhaal, een leven bedenken naast dat van mijzelf. Ik las wel eens dat schrijvers hun personages zien als familie. Ik moest daar altijd een beetje om lachen, kon me dat niet voorstellen, inmiddels weet ik dat ze wel degelijk deel gaan uitmaken van je leven.

Mijn 2e manuscript is, een jaar na het afronden van mijn eerste manuscript, af.
Dan komt het moment dat je het aan anderen moet laten lezen. Je gaat op zoek naar proeflezers. Nadat je proeflezers hun ‘ongezouten mening’ hebben gegeven kruip je vervolgens weer achter dat toetsenbord om met die feedback jezelf te verbeteren. Of je kan je niet vinden in die feedback en doet er niets mee, het blijft uiteindelijk jouw kindje, jouw verhaal. Ik zit er weer middenin, buiten dat ik het spannend vind, geniet ik er ook van. Persoonlijk houd ik van kritische feedback, uiteraard wel goed onderbouwd. Ik kan mezelf erdoor verbeteren en dat is toch wat je wilt. Gisteren ontving ik de feedback van Annette van Luyk, een collega schrijfster waarvan ik weet dat ze kritisch kan en durft te zijn. Iemand die zelf mooi schrijft. Haar boeken ‘Roadtrip Italia’ en ‘Een perfecte illusie’ kan ik aanbevelen. Nog even, dan ligt ook haar derde roman in de boekhandel. Naast feedback kreeg ik ook een compliment. Ze vond dat ik enorme vooruitgang geboekt had. En het was me gelukt een vervolg te schrijven zonder dat het noodzakelijk is mijn eerste boek ‘Schaduwfamilie’ te lezen. En dat was precies wat ik wilde. 
Ik was natuurlijk blij met zowel de feedback als het compliment.
Langzaam komt redactie, de uitgever in beeld. Gaat het weer lukken of wordt het dit keer uitgeven in eigen beheer? Maar zover is het nog niet. Ik moet de andere twee proeflezers nog kiezen en wanneer ook zij hun ‘ongezouten mening’ hebben gegeven neem ik de volgende stap.

Schrijven is een prachtig proces, ik kan het iedereen die twijfelt, die denkt, zal ik of zal ik niet, aanraden het te doen. Begin gewoon, wat heb je te verliezen?

Huisdieren, een nieuwe wet…

Gepubliceerd op 6 juni 2021 om 14:16

Er komt een nieuwe dierenwet die ervoor moet zorgen dat dieren in vrijheid kunnen leven. Nu ben ik sowieso voor een kleinere veestapel. Ik ben geen vegetariër maar de hoeveelheid vlees die we met zijn allen per jaar consumeren kan best ietsje minder. Onze veestapel is enorm. Ruim 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens, 4 miljoen koeien en nog honderdduizenden paarden, geiten en schapen. Buiten dat we het naar mijn mening als mens ook met wat minder vlees kunnen doen is het ook nog eens slecht voor het milieu. Maar dat is niet waar het in deze wet over gaat. Deze wet moet ervoor zorgen dat er rekening gehouden wordt met de natuurlijke leefomstandigheden van de dieren. Dat we geiten niet meer mogen onthoornen, staarten van varkens niet meer mogen knippen en dat gefokte pups naar buiten moeten kunnen zodat ze daglicht zien, lijkt me allemaal niet meer dan normaal. Maar dat de wet ook voor huisdieren geldt, zet ik mijn vraagtekens bij. 

Zelf ben in sinds 2014, toen Enzo naar Haarlem verhuisde om bij mij te komen wonen, huisdiereigenaar. Ik was al snel verliefd op kleine Nova, een zwart wit poesje dat het formaat van kitten altijd had behouden. Nova lag in de zomer altijd heerlijk rustig op de tuinbank te soezen, weglopen kwam niet in haar op. Toen ze nog bij mijn schoonmoeder samen met haar kattenfamilie leefde was ze gestrest, ze hield niet van andere dieren om zich heen en voelde zich, eenmaal bij ons in Haarlem, heerlijk. De stress nam snel af. Als we op vakantie gingen paste mijn moeder op, een kattenhotel wilde we haar niet aandoen. In 2019 stelden we onze vakantie uit. Nova kreeg op haar oude dag 5 kleine porties eten per dag en mijn moeder 5x laten langskomen was te gek op haar leeftijd. Daarbij wilde we haar niet de hele dag en nacht alleen laten, maar volgens de nieuwe wet hebben we het met Nova niet goed gedaan.

Steeds vaker las ik dat er een verbod zou moeten komen op loslopende katten vanwege de bedreiging die zij vormen voor vogels. Volgens de Europese natuurbeschermingswet is loslopen namelijk verboden als katten beschermde diersoorten zouden bedreigen. Toch kwam het verbod er in de tweede kamer niet door. Ik maakte me er sowieso niet zo druk om. Nova kwam de tuin nooit uit en vogels liet ze met rust. 
Begin november kwam Rosa nadat we eerder dat jaar kleine Nova op 19-jarige leeftijd hadden moeten laten inslapen. Rosa is een heel andere poes maar niet minder leuk. Rood, beige en wit en inmiddels met haar negen maanden al anderhalf keer groter dan Nova. Ze ligt ook niet rustig in de tuin te soezen. Ze is jong en nieuwsgierig en gaat overal achteraan, zeker achter alles dat vliegt. Het verbod dat er niet gekomen is zou voor haar een probleem geweest zijn, maar Rosa mag nog steeds naar buiten en achter de vogeltjes aan.

In de toekomst dus geen konijntje in een hokje in de tuin meer. Konijnen horen namelijk in groepen te leven en moeten kunnen graven. En de kat alleen binnen laten leven is niet natuurlijk, jammer voor de vogels. Ik ben blij dat Nova deze wet niet meer mee heeft hoeven maken, hoewel, zou er iemand langs gekomen zijn om te controleren of ze wel buiten kwam of andere katten zag?
Zou ik een boete hebben gekregen als dat niet zo was?
Ook Martin Gaus maakt zich zorgen of dit praktisch allemaal wel mogelijk is. Het zou trouwens ook een behoorlijke chaos worden, konijnen die overal holen graven, honden die allemaal los lopen. En blijkbaar zijn de vogels die ten prooi vallen niet meer belangrijk. Ik ben benieuwd hoe de uitwerking van de wet eruit zal gaan zien. Om Rosa hoef ik me in ieder geval geen zorgen te maken, die hou ik toch niet binnen. Wel hoop ik dat ze niet verder komt dan de buren, die dit overigens prima vinden. Ik hou haar liever weg van de grote boze buitenwereld vol gevaren, al is dat volgens deze wet dieronvriendelijk. Maar ik lees nog te vaak dat katten aangereden of mishandeld worden.

Een huisdier heeft, net als een kind, aandacht en liefde nodig. Je moet er tijd in steken en als je op vakantie gaat, zorg je voor een goed huis in plaats van hem of haar aan een paaltje achter te laten langs de snelweg. Je zorgt voor een schone bak, een schoon hok en als het pijn heeft of ziek is zorg je dat er een dokter naar het dier kijkt. Dat het daar mis gaat controleert deze wet niet, terwijl dat lijkt mij een groter probleem is voor onze huisdieren dan het wel of niet buiten komen van de kat. Hopelijk zorgt de commotie rond deze wet dat we daar weer eens met zijn allen bij stil staan…

GPS tracker (vervolg)

Gepubliceerd op 29 mei 2021 om 13:30

‘Hoi Pap, waar is je horloge?’ 
Mijn vader kijkt me niet begrijpend aan en kijkt vervolgens naar zijn linkerarm. ‘Hier’ 
‘Nee die bedoel ik niet, ik bedoel die andere, die zwarte.’ 
‘Geen idee’
Ik kijk overal maar zie het ding nergens, ik loop naar de kamer van de medewerkers en tref een van de dames. Ze geeft me het GPS horloge. Of ik het misschien voor elkaar kan krijgen dat hij zijn oude af doet. Hij vindt het namelijk stom, twee horloges, maar vertikt het zijn eigen horloge af te doen.
Ik zucht, daar gaan we weer.

‘Pap, zal ik je oude horloge maar even mee nemen, volgens mij loopt het niet zo goed meer. Dan doe jij deze om.’ Ik doe het horloge met de GPS bij hem om.
‘Ja, je hebt gelijk kind, die oude loopt slecht. 
Ik ben blij dat hij gelooft dat er iets is met zijn horloge, wat natuurlijk niet zo is, maar van mij neemt hij nu eenmaal veel aan.
Hij doet vrijwillig zijn horloge af.
Mijn blijheid is helaas alleen niet voor lange duur.

Een gillende sirene doet me stijf in mijn bureaustoel zitten de volgende dag. Oh mijn god, het alarm, mijn vader heeft op de SOS toets gedrukt. Ik twijfel, scheur ik met mijn auto in de richting van het verzorgingshuis of zal ik ze eerst even bellen? Ik ben verstandig, ik kies het laatste.
Mijn vader zit volgens de verpleegster nietsvermoedend op zijn bed. De alarm knop ingedrukt? Hij weet van niets. De verpleegster laat het nog een keer zien. Een keer drukken en je ziet de tijd, lang drukken en er verschijnt SOS in beeld. Hij blijft het maar niks vinden.   

Een dag later zit ik nietsvermoedend aan een kop koffie als de sirene die mijn telefoon produceert me het gevoel geeft dat het de eerste maandag van de maand is. Maar het is geen oefening en er is ook geen ramp gebeurd, als je tenminste het feit dat mijn vader de veilige zone verlaten heeft daar niet toe rekent. Ik sta al bij de kapstok, of zal ik toch maar eerst weer bellen? Ik besluit, net als de dag ervoor, tot het laatste.
‘Uw vader, nee hoor die is niet aan het wandelen, hij zit rustig in de huiskamer. Misschien is hij eerder vanochtend een stukje wezen lopen, dat zou kunnen.’

Ik ben er klaar mee. Dit is waanzin, wat heb ik eraan als het signaal pas een uur later bij mij binnenkomt. Ik pak zijn oude horloge en stop het in mijn tas.
S Middags haal ik mijn vader op voor de fysio. In zijn kamer kijk ik naar zijn pols, het GPS horloge heeft hij niet om. Ik vraag waar het is. Hij heeft het af gedaan, het is een rot ding en waar het ligt weet hij niet meer.
‘Ik bel de ‘PTT’ wel voor een telefoon dan kan ik je ook bellen als ik de weg kwijt ben.’ zegt hij tegen me.
Ik moet lachen maar zeg niets. Hij kan al niet onthouden waar dat ene knopje op zijn horloge voor dient, hem een telefoon laten gebruiken is net zoiets als mij een vrachtwagen  laten keren in een smalle straat. En ik rij niet graag.
‘Kijk.’ zegt hij enigszins triomfantelijk, als ik het horloge vind in zijn nachtkastje. ‘Alleen een zwart scherm, snap je het nou, ik kan de tijd zo toch niet zien!’ 
Ik glimlach en leg het hem maar niet nogmaals uit. ‘Je hebt helemaal gelijk pap.’ Ik pak zijn oude horloge uit mijn tas en hij begint te glunderen. De ‘PTT’ is hij alweer vergeten. Dat horloge had hij zo gemist. Ik laat het zo en stop het nieuwe horloge in mijn tas, morgen stuur ik het terug. Apparatuur, hoe simpel ook, gaat meestal niet samen met Alzheimer, hoe mooi de commercie je ook wil laten geloven. Als hij zijn oude vertrouwde horloge wil, dan krijgt hij het en als hij de weg kwijt raakt, iedereen in de buurt kent de Molenburg. 

Vrijheid, jongeren, keuzes

Gepubliceerd op 23 mei 2021 om 14:54

Gisteren las ik in het Haarlems Dagblad een interview met Maria Genova. Maria heeft ‘Schaduwfamilie’, mijn eerste roman, geredigeerd. Ze was niet alleen mijn redacteur maar ook mijn schrijfcoach en in zekere zin is ze dat nog steeds. Want ook nu, tijdens het schrijven van mijn tweede roman hoor ik ondanks dat ik geen hotline met haar heb zoals bij mijn eerste roman, nog regelmatig haar stem in mijn hoofd en zie ik haar potlood kruisen zetten door mijn tekst. Ik pak dan mijn eigen virtuele potlood en schrap, schrap nogmaals en herschrijf, net zoals zij mij zou hebben laten doen. 

Ik heb van Maria meerdere boeken gelezen waaronder ‘Communisme, sex en leugens’ en ‘Dansen op de muur’. Ik herken veel van haar verhalen in die van een van mijn beste vriendinnen, ook opgegroeid in een communistisch land. Het communisme heeft zijn beperkingen, dat zullen beide vrouwen zeker niet ontkennen. Maar ook het westen, het kapitalisme heeft zo zijn nare kanten.
In het ‘vrije’ westen mag je zeggen wat je denkt maar die vrijheid zorgt niet voor een huis, voor een baan. De verschillen tussen rijk en arm worden niet minder.  De rijkste één procent van de Nederlandse huishoudens bezit één derde van het totale private vermogen in ons land. Tijdens het communisme daarentegen had iedereen een huis, een baan, was iedereen gelijk, hoewel die gelijkheid ook betrekkelijk was. Leden van de partij hadden zo hun privileges en je mening zomaar met iedereen delen was iets dat je beter achterwege kon laten.
Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Maar wat is vrijheid nog meer?
Je mening hier filteren mag, je wordt niet opgepakt, je verdwijnt niet, maar kan je echt zijn wie je bent? In elkaar geslagen worden omdat je een andere kleur hebt, een ander geloof of een andere seksuele geaardheid. Is dat vrijheid?

Vrijheid zorgt ook voor keuzes. Jongeren tegenwoordig hebben teveel keuzes. Ze missen de structuur die ik in mijn jeugd wel kende. Ik kom niet uit een communistisch land maar het is wel iets dat ook mij opvalt. Dat er jongeren zijn die de beperkingen van corona durven te vergelijken met de 2e wereld oorlog bijvoorbeeld, daar schrik ik van. Zij hebben geen idee. Krijgen te vaak hun zin en de werkelijke betekenis van het woord respect kennen ze vaak niet. Mijn generatie kende ‘Nee’ al was het alleen maar het ‘Nee’ van onze ouders. Maar het lijkt of verbieden niet meer mag. Alles moet uitgelegd, zelfs aan een kind van twee. Als klein meisje koos ik niet wat ik aantrok, dat pakte mijn moeder uit de kast. Net als Maria bepaalt waar de vakantie naartoe gaat, bepaalde ook mijn ouders dat soort dingen. Er werd wel gepraat, er was altijd ruimte voor discussie, maar als puntje bij paaltje kwam was de mening van mijn vader of moeder toch doorslaggevend. Ik vraag me af wat er mis mee is? Het is goed om te leren dat niet alles kan en dat niet alles ‘gewoon’ is, pas dan kan je dingen waarderen. Ook maakt het je jeugd niet minder prettig. Ik heb een heerlijke jeugd gehad. Ik mocht veel, kende een ander soort vrijheid. Soms is het goed gewoon ‘kind’ te zijn. Mijn vrijheid bestond uit de zorgeloosheid die naar mijn mening hoort bij kind zijn en bij jong zijn. 
Ik wil niet iedereen over één kam scheren, gelukkig is er ook een hele grote groep andere jongeren. Jongeren die voor een betere wereld willen zorgen, zich daarvoor willen inzetten. Toch lijkt het of in het algemeen de mentaliteit veranderd. Het wordt minder sociaal. 

Natuurlijk hebben jongeren andere problemen tegenwoordig dan wij hadden. Een huis huren was in mijn tijd zo geregeld. En ook het koophuis dat daarop volgde was voor bijna al mijn vrienden een normale zaak. Tegenwoordig is kopen misschien nog een optie met partner, maar alleen is vrijwel onmogelijk. Daarbij moet je eigen vermogen hebben en dat is iets dat veel jongeren niet hebben. Sowieso komt sparen niet voor in hun woordenboek. En ik snap dat studeren veel geld kost, maar als ik op een gewone doordeweekse middag door het centrum van studentenstad Leiden loop (voor corona) en daar jongeren aan meters bier en glazen wijn a zes euro per stuk zie zitten, met dure telefoons als verlengstuk van hun armen, dan denk ik wel eens, goh hoe komt die studieschuld toch zo hoog? En als diezelfde studenten dan gaan werken, leasen of lenen ze liever een dure auto dan dat ze sparen voor een tweedehands. Maar ik zie een kentering. Inmiddels lees ik namelijk veel over een nieuw fenomeen overgewaaid uit de VS.
FIRE: Financieel Independent and Retire Early. Sparen, beleggen en minder materialistisch leven begint populair te worden onder twintigers en dertigers.
Ik moet gelijk weer denken aan het boek dat nog steeds op mijn te lezen lijstje staat: ‘Het plakband pensioen’ van Gerard Hofmann.

Heel mooi dat meer sparen en eerder met pensioen willen, maar toch, als dat doorzet komt de vraag: Wie werkt er nog over 30 jaar? Wie zorgt er dan voor de vijftigers van nu? Welke keuzes hebben wij dan en hoe ziet onze vrijheid er tegen die tijd uit?

Bornsol

Gepubliceerd op 16 mei 2021 om 15:48

We zijn bijna bij het verzorgingshuis als ik de vriend van mijn vader hoor zeggen: ‘Daar loopt je vader’. 
En ja hoor daar loopt hij weer, zonder rollator, dit keer wel met jas.
Hij is emotioneel als hij zijn vriend ziet en zegt: ‘Ik weet de weg niet meer.’
De receptioniste komt achter hem aangesneld. Hij heeft zijn gps horloge om maar is nog niet eens buiten de veilige zone die ik ingesteld heb. Steeds vaker weet hij het niet meer, weet hij niet meer waar hij naartoe gaat of waar hij vandaan komt, steeds vaker is hij in de war.
Zijn vriend geeft hem een arm. Ik zie dat hij het moeilijk vindt mijn vader zo te zien. Ze kennen elkaar al bijna vijftig jaar, kennen elkaar door en door. 
We hebben mijn oude fotoboeken die middag bekeken. Foto’s van onze gezamenlijke vakanties uit de jaren ‘70 en ‘80 in Zuid Spanje.
We halen herinneringen op met elkaar. Mijn vader geniet. 

Frank Wentink, https://wentinkfornopartners.nl/frank-wentink/ grondlegger van het dinnershow concept begint zijn carrière in het appartementencomplex Bornsol, waar we die middag samen herinneringen aan ophalen. Het is op die plek waar hij John de Mol leert kennen. Samen starten zij later John de Mol/Wentink Evenementen. Prachtige feesten organiseert Frank op onze vakantiestek, al ver voor hij zijn dinnershows geeft en voor hij shows voor de Efteling en Holiday on Ice ontwikkelt. Mooie tijden beleven mijn ouders daar samen met vriend Piet en zijn vrouw. En wij als kinderen hebben er de heerlijkste vakanties die je je als kind kan wensen. Ze zijn belangrijk voor mij, tekenen mijn jeugd. Ik vertel het de vriend van mijn vader, hij herkent het, hoort hetzelfde van zijn kinderen.
Mijn vader geniet.

Ik vertel mijn vader en zijn vriend over een vakantie in Schotland met Enzo.
In de stromende regen zitten we op een boot onderweg naar een eiland waar groten getale Puffins leven die Enzo wil fotograferen. Terwijl Enzo zeeziek buiten op het kleine voordek probeert zijn ontbijt binnen te houden richt ik mijn blik op een jongetje dat ingeklemd zit tussen zijn ouders in groene regenpakken. De eenzaamheid die het arme kind uitstraalt brengt mijn gedachten terug naar onze vakanties in Zuid Spanje. Zo anders dan de vakantie van dit jongetje. In stilte dank ik mijn ouders voor hun keuze. 

Ik ben niet opgegroeid met kunst, cultuur en natuur. Pas veel later, toen ik al volwassen was, kwamen de andere vakanties, de reizen samen met mijn ex-man en ouders naar Amerika en Canada. De jaarlijkse korte tripjes met mijn moeder waar wel musea op het programma staan. De vakanties en mijn leven met Vincenzo. Interesse in de natuur, in kunst en cultuur komt vanzelf.

Ik kijk nog eens naar het eenzame jongetje en heb medelijden met hem. Ik denk aan de dagen op het strand met vriendjes en vriendinnetjes. De pannenkoeken middagen bij het zwembad. De zwemwedstrijden die Frank voor de kinderen organiseert. De bingo, waar barkeeper Paco de nummertjes met een Spaans accent voorleest. De avonden dat ik, eenmaal wat ouder, mee mag naar de bar beneden. De bar waar de ‘Tuna’s’, vier Spaanse mannen met gitaren, optreden. Waar dansavonden en diners worden gegeven. Ik denk aan Frank zijn goede vriendin, Willeke Alberti, veel jonger dan ik nu, zittend aan de piano samen met een klein groepje gasten s avonds laat, heel laat, te laat. 
Mooie tijden, vervlogen tijden. Piet lacht, herinnert zich alles nog.
Mijn vader geniet.