Woning(nood)

Mijn ouders zijn volgend jaar 60 jaar getrouwd. Ze kochten hun eerste huis in datzelfde jaar. Volgens mijn moeder betaalden ze daar tienduizend gulden voor. Ik herinner me dat mijn vader ooit zei vijfduizend. Ik kan het hem natuurlijk gaan vragen maar of zijn antwoord betrouwbaar is, valt te betwijfelen. Ik ga er dus gemakshalve maar van uit dat mijn moeder gelijk heeft. Tienduizend gulden, mijn moeder heeft vorige week haar Mitsubishi ASX ingeruild voor een Picanto van datzelfde bedrag. Dat bedrag was toendertijd ongeveer twee keer het jaarsalaris van mijn vader. Nu had mijn vader voor die tijd best een goed salaris, maar toch, vergelijk het eens met de verhouding zoals die nu is. Stel, je verdient vijfentwintighonderd euro netto per maand, dat is per jaar dertigduizend euro. Als de verhouding tussen je salaris en de aanschafwaarde van een woning nog net zo was als zestig jaar geleden, zouden we nu voor zestigduizend euro een huis kunnen kopen. Zeg dat maar eens tegen een twintiger van nu!

In de tijd dat mijn ouders trouwden, bestond er net als nu woningnood. Mijn ouders waren zo ongeveer de enige met een eigen huis, vrijwel al hun vrienden woonden in. Ze verbouwden zolders in de huizen van hun ouders en stichten op die zolder hun gezin. Tegenwoordig is het niet veel anders, jongeren zijn genoodzaakt tot soms ver boven de dertig thuis te blijven wonen. Voor een huurwoning sta je in Haarlem negen jaar op een wachtlijst, tenzij je in de positie verkeert dat je een huis in de vrije sector kunt huren, dan nog blijft het verhoudingsgewijs een gigantisch deel van je inkomen dat opgeslokt wordt door huur. Een huis kopen is voor de meesten tegenwoordig bijna helemaal onmogelijk. Een half miljoen voor een huis is normaal, wie kan dat betalen? En wat voor risico’s brengt dat met zich mee?
In de tijd van mijn ouders kwamen scheidingen veel minder voor, vrouwen zaten in een financieel afhankelijke positie. Ondanks dat vrouwen tegenwoordig veel minder afhankelijk zijn, is scheiden ook nu een probleem. Als een van beiden het geluk heeft de woning alleen te kunnen bekostigen, staat de ander op straat. In mijn tijd was scheiden simpel. Toen ik in de twintig was had je zo een huurwoning tegen een redelijke prijs. Maar waar moet hij of zij die de relatie niet meer ziet zitten nu naartoe? Terug naar die zolderkamer bij zijn of haar ouders? Een koopwoning in je eentje is vrijwel onmogelijk. Een huurwoning betrekken van veertienhonderd euro is voor de meeste jonge mensen alleen eveneens niet op te brengen. Trouwens, ook ik zou veroordeeld zijn tot brood met pindakaas.

Het is een zorgwekkende situatie waar helaas het einde voorlopig nog niet van in zicht is, en die vrees ik langer zal duren dan in de tijd van de generatie van mijn ouders. Bouwen, bouwen, bouwen roept iedereen en natuurlijk is dat broodnodig, maar hoe lang duurt het voor er genoeg woningen zijn en het probleem opgelost is. Als je nu jong bent, heb je daar vrij weinig aan.
De woning als vermogen gaan belasten is ook iets waar over gesproken wordt. Mij lijkt het geen goed plan. De kans dat er straks een hele groep ouderen met een klein pensioen, of helemaal geen pensioen, op straat staat omdat ze de belasting niet kan opbrengen, is niet ondenkbaar. Lagere inkomstenbelasting en de belasting op de woning pas opeisen na verkoop zorgt misschien voor koopkrachtbehoud, maar zorgt daarentegen ook voor stagnatie van de doorstroom, en die doorstroom is nu net wat de overheid wil bevorderen. Uitgestelde belasting op de woning betekent namelijk bij verkoop een flinke hap uit de overwaarde, maar dat appartement waar de overheid van wil dat je als oudere naar verhuist, kost niet minder. Volgens mij zorgt zo’n maatregel er alleen maar voor dat ouderen juist langer in hun woning blijven, misschien wel tot hun dood.

Zestig jaar getrouwd, ik hoop heel erg dat mijn ouders het samen halen. Het zou een mooie mijlpaal zijn. Zestig jaar in betaalbare en ruime huizen gewoond. De langste tijd ervan zonder zorgen over klimaat en zonder te horen dat je beter niet kan roken en eigenlijk ook beter niet kan drinken. Wat een feest. En niet te vergeten ging een groot deel, hoewel dat voor mijn vader niet op ging, voor hun zestigste al met de vut. Elke generatie kent zijn eigen problemen, niet alles was goed, maar laten we eerlijk zijn, de jaren 60,70,80 hadden toch zo hun voordelen…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.