De borstenpletter

Mijn moeder en ik hebben samen een abonnement op Plus Magazine. Mijn moeder leest dat blad al jaren en altijd als ze mij het blad wilde geven, ver voor mijn vijftigste, riep ik: nee daar begin ik nog niet aan, kom maar terug als ik vijftig ben. Inmiddels ben ik zesenvijftig en krijg ik hem iedere maand, waarna hij doorgaat naar m’n schoonmoeder die een abonnement op de Libelle heeft en de Libelle dan weer aan mij geeft. Hoe Nederlands en hoe burgerlijk maar desalniettemin best leuk. Van de week las ik in ‘Plus Online’ een stukje over de ‘pijnlijke borstenpletter’.

Vijf jaar geleden kreeg ik voor het eerst een uitnodiging om mijn borsten te komen pletten. Ik twijfelde geen moment. Ik ben zo iemand die stiekem wel eens denkt, zal ik zo’n bodyscan bij Prescan laten doen? Maar ik doe het niet, het is me veel te duur en daarbij, waar is het eind? Ik ken iemand die dat deed en na een half jaar dacht, tja, misschien zit er nu inmiddels wel iets wat er toen niet zat. Elk half jaar wordt wel een erg kostbare aangelegenheid en volgens mij maak je jezelf er ook knettergek mee. Dus nee, ik begin daar niet aan. Maar een bevolkingsonderzoek sla ik uiteraard niet over. Ik hoorde de vreselijkste verhalen waar ik niet vrolijk van werd. Ik vroeg het m’n moeder. Ze keek me verbaasd aan en zei: ‘Pijn? Onzin kind, het valt allemaal reuze mee. Pijn is toch echt iets anders.’ Bij mijn schoonmoeder kreeg ik een soortgelijke reactie. Toch ging ik enigszins nerveus naar de bus. Mijn moeder en schoonmoeder zijn bikkels. Misschien zou mijn pijngrens beduidend lager liggen. Vanuit de wachtruimte mocht ik in een kleedhokje mijn bovenkleding uittrekken. Het hokje had twee deuren. Tegenover de deur waardoor je binnenkomt zat nog een deur die uitkomt in de ruimte waar het onderzoek plaats zou gaan vinden. Daar stond ik, voor een apparaat waar mijn borsten in geplet zouden worden. Een allervriendelijkste dame legde mijn borst op een glasplaat en liet mij in een wat ongemakkelijke houding staan. Daarna kwam plaat twee en hop daar zat m’n borst ingeklemd tussen twee glasplaten. Een allercharmants gezicht. Ik mocht even niet bewegen of ademhalen. Het idee vastgeketend te zijn via mijn ene borst voelde wat vreemd. De gedachte dat de stroom wel eens zou kunnen uitvallen en ik voorlopig in deze benarde situatie moest blijven staan, was ook wel een beetje een angstig idee. Maar dat gebeurde niet. Mijn borst werd bevrijd. Dit hele pletten herhaalde zich nog drie keer. Van boven naar beneden pletten en van links naar rechts. En dat natuurlijk bij iedere borst. Daarna was ik klaar. Niks geen horror vond ik en dacht net als de bikkels: pijn is echt iets anders. 

Volgens het artikel in de plus zou 85% van de vrouwen het zo vreselijk vinden dat ze liever niet meer gaan. Ik verbaas me daarover. Hoe kan dat plet apparaat een belemmering zijn, is het alternatief niet veel angstiger? Het artikel vertelt ook dat het voor vrouwen met kleine borsten pijnlijker is. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Als er weinig te pletten valt, lijkt het me lastig en pijnlijk om dat weinige tussen die twee platen te krijgen. 
Na wat surfen op internet kom ik erachter dat de gemiddelde cup maat van de Nederlandse vrouw inmiddels 80 C is. Verhelderend, ik ben dus gemiddeld. Het percentage vrouwen met een A cup of kleiner is gering in ons land. Je kan er dus gemakshalve vanuit gaan dat van die 85% de grootste groep geen kleine borsten heeft. Hoe kan het dan zijn dat toch al die vrouwen de borsten pletter als een soort middeleeuws martelinstrument zien en het gebeuren zelfs ‘beestachtig’ noemen. 

Ik begrijp dat het voor iedereen anders is, maar ‘beestachtig’ is dat niet een klein beetje overdreven? Ik ben het met de bikkels eens die dit onderzoek allebei een kwart eeuw hebben ondergaan. Dus kom op dames, tandjes op elkaar, diep ademhalen, vasthouden, weer uitademen en klaar. Wees blij dat het er is!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.