Mijn zevenendertigste verjaardag…

Ouder worden, vanmorgen werd ik om een uur of vijf uur wakker, ik realiseerde me dat ik mijn achtenvijftigste levensjaar in was gegaan. Ik ben namelijk vandaag zevenenvijftig geworden. Ik realiseerde me ook dat op dit tijdstip wakker worden, één van die onhebbelijkheden van ouder worden is. Vroeger rolde ik regelmatig op dat tijdstip m’n bed pas in. Nu had ik al zes uur geslapen en wilde ik er nog graag twee uurtjes bij pakken. Helaas, hoe makkelijk me dat vroeger af ging, nu is wakker, wakker. Ik draaide me nog maar een keer om en dacht, uit het niets, ineens aan m’n vader. Ik zag hem voor me zoals hij naast de behandeltafel van de fysiotherapeut stond. Bart was mijn vaders held. De beste. En ik ben het met hem eens, Bart is ook mijn held. Mijn vader in zijn onder shirt en spijkerbroek, met zijn magere, oude fragiele lichaam. Er was niets meer over van de stevige sterke kerel die hij ooit was. Zijn rug stijf door de ziekte van Forestier en zijn beide armen die niet verder dan horizontaal kwamen. Pijn moest je niet over zeuren, daar wen je aan, zei hij altijd.

Ouder worden, als het niet gepaard gaat met ziekte en pijn is het niet erg, heeft het zelfs zijn charme. Tegenwoordig vinden we iemand niet snel oud. Mijn opa droeg op mijn leeftijd een driedelig grijs pak, mijn oma een bloemetjesjurk, met zo’n riempje vlak onder de borsten. De jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Deze eeuw is vijftig het nieuwe veertig, volgens sommige zelfs, het nieuwe dertig. Dan is dus zestig het nieuwe veertig? Knettergek zijn we!

Ouder worden, voor mij geen nieuwe lippen, wel graag een nieuwe rug. Ook implantaten in mijn billen of borsten zit ik niet op te wachten, maar een paar nieuwe gewrichtjes in mijn nek kunnen bestellen, lijkt me niet verkeerd. Eerlijk is eerlijk, die onhebbelijkheden die er blijkbaar bij horen, kunnen me gestolen worden. Gisteren sprak ik een oude bekende en samen waren we het er over eens: in ons hoofd voelt het of de jaren tachtig nog springlevend zijn, maar ons lichaam en de spiegel vertelt een ander verhaal. Maar ook waren we het er over eens dat jong zijn niet zit niet in nieuwe billen of een oude rug, niet in glad en strak of een stijve nek. Jong zijn zit in je hoofd en dus is zevenenvijftig misschien tegenwoordig toch een klein beetje het nieuwe zevenendertig…
Jammer dat de oude man er niet meer is, anders hadden we er samen zeker een biertje op gedronken. Proost pap! Dinsdag ga ik weer naar onze held!

Waar hebben we het over…

Ik wil schrijven over reizen, over wat me irriteert op televisie en over de grappige en minder grappige dingen van het ouder worden. Ik wil verder met mijn cursus journalistiek en uiteraard wil ik werken aan m’n roman. Maar de laatste weken ligt het werk aan m’n boek een beetje stil. Dat er zoveel te regelen valt na een overlijden en dat je zo vaak tegen bureaucratische muren aanloopt, had ik, ondanks dat ik mijn klanten in het verleden vaak genoeg met de handen in het haar heb zien zitten, niet gedacht. Maar er zijn op dit moment ergere dingen dan mijn irritatie over de bureaucratie waar ik af en toe tegenaan loop.

Iedere avond zie ik de ene na de andere talkshow over mijn scherm gaan. De Voice en Ajax domineerden de laatste weken internet en televisie. Covid maakte plaats voor seksueel overschrijdend gedrag. Vorig jaar werden we geconfronteerd met mensen op de vlucht voor de gruwelijkheden van de Taliban en deze week werden we opgeschrikt door de afschuwelijke gevolgen van de machtswaanzin van een despoot. Ik houd mijn hart vast voor wat ons nog allemaal te wachten staat. De beelden van een oudere vrouw, de eerste dag van de oorlog, staan op mijn netvlies gegrift. Met grote angst en wanhoop in haar ogen roept ze: ‘Ik ben alleen, waar moet ik heen, wie helpt mij.’ Me ook maar enigszins in deze vrouw is onmogelijk. Ik durf niet meer te denken aan mijn kleine problemen, aan mijn irritatie omdat ik zes keer hetzelfde aan de een of andere instantie heb moeten uitleggen.
Ik wil niet schrijven over de wereld die in brand staat, ik wil schrijven over reizen, over de mooie en soms wat minder mooie dingen van het leven. Niet over politiek en over oorlog. Maar het is er en ik kan me er onmogelijk voor verstoppen.
Wij Nederlanders hopen op een mooie zomer zonder beperkingen. Wij gaan ons ‘normale’ leven weer oppakken. Voor de mensen in de Oekraïne is corona ingehaald door een veel gruwelijker virus: Vladimir Poetin.

Hoewel de kroeg en ik goeie vrienden waren vroeger heeft carnaval me nooit getrokken. Er als een idioot bijlopen, dronken worden en dan zeggen dat je het gezellig hebt, ik begrijp het niet. Maar oke, ik kom ook uit het westen. Als je het leuk vindt, moet je het zeker niet laten, we leven in een vrij land. De reacties van mensen op de vraag of het, nu er oorlog is, gepast is, verbazen me wel: we hebben twee jaar binnen gezeten, konden niks, dus ja we willen gewoon feesten. Mensen in de Oekraïne kunnen helemaal niet meer binnen in hun huis zitten, zij zitten in schuilkelders. Of ze hebben hun huis achter moeten laten omdat ze op de vlucht zijn voor een geschifte Rus. Zij laten alles achter, sommigen zelfs hun kind omdat hij net achttien is geworden en moet vechten voor hun vrijheid. En wij klagen over het feit dat we twee jaar lang geen carnaval hebben kunnen vieren, dat we zielig binnen hebben moeten zitten? Ik gun iedereen vrijheid, de zuiderlingen hun carnaval, ouderen hun klaverjas en bridgeclub en alle jongeren hun festivals en feesten. Het hoort ook zo, leven in vrijheid en genieten, daarom leven we in een democratie. Maar laten we onze beperkingen wel in perspectief blijven zien en bedenken dat mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, er veel voor over zouden hebben om te kunnen leven met de naar onze mening oh zo vreselijke beperkingen.

Ik ga weer werken aan mijn boek, hopelijk schrijven over leukere dingen, mijn huiswerk maken en vooral genieten van de zon en een glas wijn en me nog eens extra beseffen hoe vrij wij zijn. Ik hoop met heel mijn hart dat de mensen in Oekraïne ooit datzelfde weer kunnen zeggen.

Blue Zone

‘Ik heb geen tijd, ik zit tot over mijn oren in het werk.’
‘Sorry, maar ik kan geen gaatje in mijn agenda vinden, hij staat vol met afspraken.’
We zijn eraan gewend. Ons leven bestaat uit werk en sociale verplichtingen. Sommige ervan stonden een tijdje in de koelkast, maar nu corona op zijn retour is en we weer alles mogen, vermoed ik dat we weer net zo zullen leven als daarvoor: de kroeg, vrienden, uit eten, festivals en weer naar kantoor.

Een jaar geleden had ik een aantal fiscale vragen waar Google mij het antwoord niet op kon geven. Ik kwam via via aan het e-mailadres van een alleraardigste meneer van de belastingdienst. Ik mailde mijn vraag en kreeg een uitgebreid antwoord. Ik was blij met de hulpvaardigheid van deze meneer. Dat er nog zulke aardige mensen zijn die de tijd nemen om je te helpen, vond ik mooi. Hij vroeg mij aan het eind van ons gesprek of ik de auteur van ‘Schaduwfamilie’ was.
Vorige week mailde ik hem nogmaals met een vraag en vertelde ik hem ook dat mijn tweede roman ‘Schaduw over Sardinië’ ‘ onlangs uitgegeven was. Weer kreeg ik, net als een jaar geleden, uitgebreid antwoord. Naast het fiscale advies vertelde hij dat hij naar Sardinië was geweest met zijn vrouw en dat ze het zo’n mooi eiland vonden met zulke aardige mensen. Hij moest mijn laatste roman toch maar eens lezen. We keuvelden nog wat verder en kregen het over de Blue Zone. De Blue Zone is een gebied waar de mensen gemiddeld ouder worden dan in de rest van de wereld. Er zijn er vijf van op onze aardbol en het mooie Sardinië is er één van. Verder liggen ze in Japan, Costa Rica, Californië en op het Griekse eiland Icaria.

Als je Blue Zone zoekt op google, lees je hoe het komt dat mensen er ouder worden. Hun levensstijl spreekt me aan. Niet naar de sportschool, lekker eten, een wijntje. Maar is het mogelijk in ons gestreste en jachtige klimaat te leven als deze mensen? Wij moeten werken om onze hypotheek en boodschappen te betalen. Zij leven van hun eigen moestuin en hebben geen behoefte aan alle gadgets die wij denken nodig te hebben. Ze kijken niet wat er dit jaar in de mode is, om vervolgens hun garderobe daar op aan te passen. En je in de sportschool in het zweet werken om te laten zien hoe goed en fit je bent, beginnen ze niet aan. Ze ambiëren geen sixpack. Ze lopen trappen en werken in de moestuin. Een auto gebruiken ze maar zelden, alles gaat per voet, heuvel op en heuvel af.

Wij moeten veel in onze prestatiegerichte maatschappij. Naast een carrière wordt van ons verwacht dat we mantelzorgen, kinderen opvoeden en ook nog zorgen voor een leuk en druk sociaal leven. Je kan geen magazine openslaan, geen lifestyle programma kijken, of het gaat over de perfecte maaltijd bereiden, in de perfecte keuken, in het perfect ingerichte huis. En dat alles voor de leukste kinderen en de gezelligste vrienden. De twee alcoholische versnaperingen per dag zijn bij ons inmiddels not done, helemaal geen alcohol is het huidige advies en uiteraard in combinatie met powerfood. Nu is er niets mis met powerfood, een prakkie boerenkool in de winter vind ik prima, maar dan wel met jus en laat dat nu weer ongezond zijn. Ik krijg soms het gevoel dat er voor sommige fanatiekelingen naast powerfood en water met smaakjes alleen een portie stress overblijft.
Dat alles kennen ze niet in de Blue Zone. Deze mensen worden niet geleefd door een agenda. Van zakelijke doelstellingen en deadlines hebben ze nooit gehoord. En iedere nacht telt acht uur slaap. In de Blue Zone wordt een glas wijn drinken samen met vrienden of familie vrijwel iedere dag gedaan. Maar dan zonder dat perfecte huis met die perfecte keuken. Vrienden en familie zijn heel belangrijk in het leven van Blue Zoners, maar eten met hen doe je aan de keukentafel of buiten, zonder fancy servies, maar wel met goede ingrediënten uit de tuin en uiteraard een glas wijn, of twee…
Zo zou het leven moeten zijn, vrienden, familie, en onbezorgd genieten, ook van wijn!

Ik heb mijn tweede roman ingepakt voor deze aardige meneer van de belastingdienst en hem opgestuurd als bedankje voor zijn adviezen. Een Blue Zone ga ik zelf creëren. Enzo heeft de meterbak al klaar staan voor de moestuin. Ik ga me minder druk maken, meer wandelen en drink iedere dag zonder schuldgevoel mijn glas wijn. Op naar de zomer!

Vergissinkjes

Mijn vader is onlangs overleden en zoals de meesten van jullie weten, had hij Alzheimer. Mijn moeder heeft weliswaar geen Alzheimer, maar vergeet tegenwoordig steeds vaker wat. Vorige week vroeg ik haar of ze het berichtje van m’n schoonzus nog had gehad, zegt ze tegen me:
‘Ja, maar dat heb ik je niet verteld, want ik snap er niets van, het is niets voor haar om zo’n vreemd en onduidelijk bericht te sturen. Ze zegt dat het goed met haar gaat en dat ze blij is voor hem. Raar toch?
Ik pak haar telefoon en kijk in haar berichten. ‘Mam, dat heb jij geschreven, als antwoord op haar bericht.’ Ze weet het zich echt niet meer te herinneren. Het bericht niet en ook niet haar eigen antwoord, wat overigens niet eens verstuurd was, het stond als concept. Zulke vergissinkjes komen geregeld voor en we hebben er samen de grootste lol om. Mijn moeder is altijd positief en heel realistisch, gelukkig maakt ze zich dus om zulke dingen niet zo druk. Maar toch, ik ken mijn moeder niet zo. Hoewel ze als vrouw van rond de vijftig de bijnaam ‘dommeltje’ kreeg, ken ik haar als een pittige en pientere vrouw. Die naam, ‘dommeltje’, werd haar voor het eerst toebedeeld tijdens één van onze reizen door de States. Pittig en pienter, behalve op vakantie. Dan was ze altijd anders, leek het of ze haar verstand thuis liet en geen zin had om waar dan ook over na te denken. Dat liet ze aan ons. Ze vergat dan van alles, wat regelmatig tot grappige situaties leidde. Maar buiten haar bijnaam en het feit dat ze dit jaar tachtig wordt, waren de afgelopen twee, drie jaar best zwaar voor haar. Als er wat meer rust komt, krijgt misschien ook haar hoofd meer rust, waardoor er vast wel weer wat meer in kan worden opgeslagen. Op het moment vraagt ze zich bijna dagelijks af wat ze toch zonder mij zou moeten. Al die instanties die wat willen van je en al die formulieren die moeten worden ingevuld. En dan moet alles ook nog eens via ‘dat ding’, zoals mijn laptop en telefoon oneerbiedig door haar worden genoemd.

Zondag heb ik met haar de bedankkaartjes geschreven. Terwijl ik rustig aan tafel de enveloppen schrijf, hoor ik haar zeggen:
“Nou ja zeg, wat raar, dit kaartje past helemaal niet in de bijgeleverde envelop.’
Ik kijk op en zie mams met haar brilletje op haar neus verbaasd kijken. Als ik in een onbedaarlijke lach schiet, kijkt ze me beteuterd aan. Ik zeg: ‘Wat doe je nou?
‘Ik probeer dat kaartje er in te doen natuurlijk, een envelop zonder bedankkaartje schiet natuurlijk niet op.’
‘Mam, dat is toch geen bedankkaartje wat je in die envelop probeert te proppen? Het is de kaart die je ontvangen hebt van degene die je nu een bedankkaartje wilt sturen.’
Weer kijkt ze me aan alsof ik degene ben die het niet begrijpt. Dan kijkt ze nog een keer naar het kaartje en het kwartje valt. ‘Oh lieverd, wat ben ik dom.’ Ze kijkt me aan en we gieren het uit. Ze pakt de paar enveloppen waar ze de ontvangen kaartjes al ingestopt heeft, haalt ze eruit en doet de bedankkaartjes er voor in de plaats in.
‘Erg he, weer zo’n stom vergissinkje! Ik word oud.’

Bijna alle paperassen en instanties hebben mij bereikt en ik hen. De laatste kaartjes verstuurd, de notaris bezocht. Gisteren zag ik op het nieuws dat er weer volop wordt getrouwd in Nederland. De ‘weddingplanners’ kunnen het niet aan. ‘Weddingplanners, ik word ook oud. Dat soort bedrijven had je vroeger niet. Trouwen is net als overlijden, een commerciële business geworden. Kisten van een paar honderd tot duizenden euro’s. Bloemen: ik zag rouwstukken voorbij komen in het boek van rond de vijfhonderd euro. En ook een paar honderd euro voor een urn is normaal. Mijn moeder laat de keus aan mij. Zelf heeft ze een mooie foto staan met een bosje rozen en een kaarsje ernaast, een urn in een urnenwand hoeft voor haar niet. Ik heb ook liever een gedenkplekje thuis en heb daarom een kleine ‘antiek’ zilveren urn gekocht, waar een deel van de as in gaat. Deze laten vullen kost overigens ook vijfendertig euro, een breekbare urn zou voor vijftig euro worden gevuld. De rest van de as laten we uitstrooien op de begraafplaats. Kosten: vijftig euro, maar dan mag je er niet bij zijn. Nu zijn wij van het nuchtere, maar om die man nou gewoon met een stel anderen uit zijn strooikoker te knikkeren, vind ik niet goed voelen, lijkt zelfs respectloos, dus wij gaan uiteraard mee. Dan verandert die vijftig euro in eens in honderdtwintig euro.
Ik begrijp dat ook uitvaartbedrijven en crematoria gewoon bedrijven zijn, toch voelt het een beetje vreemd: overlijden als een product. De mogelijkheden zijn plenty en de mensen verwachten dat ook, dus de prijzen passen zich daarop aan.
Ieder zijn ding.

Het meeste hebben we geregeld, nu de belasting nog, niet commercieel, maar ook hun prijs is hoog.
Hoewel we samen de grootste lol hebben om haar vergissinkjes, denk ik dat als alles afgehandeld is en het rustiger wordt, het misschien ook wat rustiger wordt in mijn moeders hoofd. Lachen doen we samen toch wel, met of zonder vergissinkjes.

Corona even in de wacht

Corona lijkt even niet belangrijk is. Het staat in ieder geval deze week in de schaduw van ‘The Voice’. Angela de Jong draait overuren. Als ik s ochtends bij mijn ontbijtje de tv aanzet hoor ik haar stem, die ik overigens nogal indringend vind, maar dat terzijde. Ook s avonds kan ik niet om haar stem en haar gezicht heen. In VI vandaag zegt Johan Derksen: laten we eerst eens afwachten, er wordt te veel gespeculeerd. Hij heeft gelijk, maar hallo Johan, wat doen jullie de hele week, iedere avond?
Iedereen in Nederland heeft op dit moment zijn mening hierover. We hebben onze eigen Harvey Weinstein. Ook ik kijk, luister en ventileer vanaf mijn luie bank mijn mening.
Seksuele intimidatie. Wat is dat nu precies? Als ik het opzoek lees ik: seksueel getint gedrag dat door de persoon aan wie het is gericht als ongewenst wordt ervaren. Dit gebeurt bijvoorbeeld door seksueel getinte opmerkingen, seksuele gebaren of lichamelijke betasting. Is het die hand op je bil, een arm om je schouder, een opmerking die eigenlijk net niet kan? Maakt het uit wie het zegt en op welk moment? En wanneer spreken we van aanranding? De grenzen zijn moeilijk te stellen blijkbaar. Wat de een nog prima vindt, is voor de ander een stap te ver. Hoewel de ene vrouw mondiger is dan de andere, maakt dat nog niet dat het gedrag als oké wordt gezien door die vrouwen die niet zo mondig zijn. Maar hoe weet die man, die zijn hand op de bil van een vrouw legt, dat? Misschien moeten mannen eens proberen gewoon helemaal niet zomaar aan een vrouw te zitten of dubbelzinnige, zogenaamd grappige, opmerkingen te maken. Maar ik zie dat gedrag nog niet zo snel veranderen. Ook nu in 2022, ruim vier jaar na de start van MeToo, is er blijkbaar nog niet veel veranderd.

Ik heb te doen met de jonge vrouwen die hun mond niet durfden open te doen, bang niet serieus genomen te worden. Daarbij wisten ze uiteraard dat hun startende carrière al over zou zijn voordat hij begonnen was. Gebruik maken van het feit dat iemand geen weerstand zal bieden, omdat hij of zij zo hard geknokt heeft om te komen waar hij of zij nu staat, en dat uiteraard niet wil verliezen, is ronduit walgelijk. Machtsmisbruik is in ieder vorm verwerpelijk.
Ik lees in de Volkskrant dat de dames een contract hebben getekend waarin ‘zwijgplicht’ opgenomen is. Wie zijn ervaringen bespreekt met ‘derden’ loopt het risico een boete opgelegd te krijgen van €10.000. Een boete die met €2.500 per dag zou kunnen worden verhoogd. De krant schijnt zo’n contract in handen te hebben en volgens mij is de Volkskrant een betrouwbare bron dus ik speculeer nu even niet. Toch? Ik vraag mij wel af: betekent zo’n contract misschien dat het allemaal bekend was en dat daarom die clausule opgenomen is? Want waarom zou je dat doen? Wat heb je te verbergen? Vragen, vragen, vragen.
Voorlopig staat het onderwerp ook na vandaag denk ik nog wel even op de agenda van de talkshows. Corona moet nog even wachten.