Omanido

Gepubliceerd op 20 februari 2021 om 16:41

Maandagochtend zat ik om acht uur al aan de telefoon met het AVL. Die ochtend had ik met mijn vader drie afspraken ter voorbereiding op zijn bestralingen, maar die ochtend was er ook een weeralarm afgegeven, code rood. Op straat zag ik mensen hun best doen niet uit te glijden. Niet voor de eerste keer was ik weer blij verrast met de medewerking van de zorgmedewerkers. Ze begrepen heel goed dat ik het niet zo zag zitten om mijn vader achter zijn rollator te laten glibberen. Vallen zou een veel langer uitstel van de bestralingen geven. Het lukte ze om de afspraken naar de volgende dag te verschuiven. Ik zag er toch wel een klein beetje tegen op, hoopte maar dat hij het allemaal vol zou houden.

De volgende dag laadde ik de rollator achter in de auto, hielp ook mijn vader er in en liet ons door Enzo naar Amsterdam brengen. Mijn vader was ontspannen. Alzheimer heeft ook een voordeel, je beseft niet heel goed waarom je ergens naar toe moet en als je het al wel weet ben je het binnen de kortste keren weer vergeten. Hij vindt het al snel een uitje. En de koffie was lekker. Hij keek in het rond alsof hij gezellig met me op een terrasje zat en gaf commentaar op de mensen die hij voorbij zag lopen, zoals je dat soms doet vanachter je glas wijn op het terrastafeltje, maar dan zo dat niemand je hoort. In dit geval ging het iets luider. Ik wees hem erop dat je niet alles hardop kan zeggen. Volgens hem was ik een beetje aan het overdrijven, hij zei het helemaal niet zo hard. Ik heb geen kinderen maar kreeg een klein beetje het gevoel hoe dat soms moet voelen.
In de behandelkamer hielp ik mijn vader met aan en uitkleden. Voor een moeder heel gewoon maar voor mij nieuw. Ik deed het niet handig zei de man in de moulagekamer. Hij ging me geduldig uitleggen hoe ik dat beter kon doen. Hij had gelijk, ik deed het uiterst onhandig. 

Eenmaal terug in Haarlem liep ik met mijn vader mee naar boven naar zijn kamer. In de gang zat een groepje bewoners een spel te spelen. Er werd gevraagd wat een barbier was en mijn vader riep vanachter zijn rollator:
‘Een kapper.’ Hij keek me aan met zo’n blik van, zie je, ik ben echt nog niet gek. We liepen langs de groep en kwamen op de gang waar mijn vader woont. De deur van een bewoonster, een dame waar hij het goed mee kan vinden, stond open. Ik zei de dame vriendelijk gedag en mijn vader die achter me liep stopte even. Ik hoorde hem zeggen: Ach jee wat naar, dan kom je toch zo even bij mij wat drinken.’ 
Ik grinnikte in mezelf. In zijn kamer zei hij tegen me: â€˜Ze is een beetje verdrietig, ze hebben haar gepest, daarom doet ze niet mee aan het spelletje op de gang.’
Ik was verbaasd, gepest? Mijn laatste ervaring met de basisschool is die van mijzelf, zo’n 45 jaar geleden. Zat ik hier nu weer op de basisschool of in het verzorgingshuis? Ik vond het sneu en was blij dat mijn vader haar even uitnodigde voor een luisterend oor en een glaasje fris. 
Even later kwam een dametje van nog geen 1,50 meter de kamer binnenlopen. Of ik het niet vervelend vond, mijn vader had mij toch op visite. Maar ik vond het prima, hij had mij de hele dag al gezien en ik vond het alleen maar leuk dat hij vrienden maakte. Ik zei dat ik ging, liep de gang op en terwijl ik ze hoorde keuvelen kwam er een glimlach op m’n gezicht en moest ik in ene denken aan het boek van Hendrik Groen.
Zou mijn vader ook een Omanido clubje op gaan richten?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.